Nieuwe dressuurproeven

Nieuwe dressuurproeven

In de ledenvergadering werd al aangekondigd dat er een nieuw dressuurproevenboekje zou verschijnen, welke per 1 april dit jaar zal ingaan. Clubleden kregen de mogelijkheid deze, dankzij Maaija de Roos, met korting aan te schaffen. Hieronder zetten we een aantal belangrijke wijzigingen op een rij. Tevens hebben we Liesbeth Scheper, als jurylid (en bij de club bekend als instructrice) gevraagd waar wedstrijdruiters met name op moeten letten.  

De nieuwe dressuurproeven zijn tot stand gekomen in een samenwerking tussen de FNRS en KNHS. Daarmee is geprobeerd een doorlopende leerlijn te maken van de F-proeven (manege) tot en met ZZ-zwaar. Ook de F-proeven met beoordelingscriteria staan in het nieuwe proevenboekje opgenomen. Tussen de F proeven en de B-klasse is de klasse BB. Deze klasse is niet verplicht, maar kan gezien worden als een opstap naar de B-klasse. Daarbij heb je nog geen startpas nodig van de KNHS maar moet je wel een FNRS Ruiterpaspoort, KNHS Menbewijs of KNHS Ruiterbewijs hebben of individueel lid zijn van de KNHS. Onze clubleden zijn via de club lid van de KNHS. Voor deze klasse zijn twee nieuwe proeven ontwikkeld, hierin worden alleen de basisoefeningen gevraagd (stap, draf en galop).

Voordat we ingaan op een aantal wijzigingen per klasse, volgen nog een aantal algemene punten:

De aparte proeven voor de A en B-pony’s komen te vervallen.

De verplichte proevenkalender verdwijnt. Om de twee maanden wisselt de voorgestelde (lees: niet verplichte)  proevenkalender. De wedstrijdorganisatie mag hier dus van afwijken. Ook verdwijnt de verplichte eerste proef. Oftewel:  als je maar één proef wilt rijden, mag je zelf kiezen welke van de twee uitgeschreven proeven dit zal worden.

Bij de dressuur is nu tevens de regeling “flexibel starten” ingegaan. Dit houdt in dat als je 10 winstpunten in een klasse hebt gehaald en dus kunt promoveren, je zowel in de hogere als in de lagere klasse mag starten. Dit mag totdat je 5 winstpunten in de hogere klasse hebt gehaald. Dan is je promotie definitief. Wat dit betekent voor de klasse die je dan moet rijden bij de selectiewedstrijden en kampioenschappen kun je vinden op de KNHS site.      

Voortaan kun je op de coupons ook halve punten vinden, deze komen in een aparte kolom te staan.

Verder ben je tijdens het outdoorseizoen vrij om bij een wedstrijd te kiezen voor het dragen van een zomertenue bij warm weer en het dragen van regenkleding indien nodig. Let op: het is niet zo dat je nu alles maar kunt aantrekken.  De eisen die aan wedstrijdkleding worden gesteld blijven hetzelfde.

Vanaf 1 april mag je tot en met de klasse M2 bitloos starten voor winstpunten.

 

Op de KNHS site staan verder per klasse een aantal belangrijke wijzigingen genoemd. Zo wordt in de klasse B enkel over verruimingen gesproken. De middenstap, middendraf en middengalop worden pas vanaf L2 in de proeven gevraagd.  De uitgestrekte stap is pas vanaf de M2 gevraagd.  In de L1 en L2 mag de ruiter vanaf 1 april zelf per onderdeel kiezen tussen lichtrijden en doorzitten. Bij lichtrijden is het wel de bedoeling dat je voor een overgang een paar passen doorzit. Je moet dus kijken hoe het paard zo weinig mogelijk gehinderd wordt. Vanaf de klasse M wordt in alle proeven doorzitten gevraagd. Echter bij het halsstrekken, de middendraf en uitgestrekte draf mag de ruiter kiezen tussen doorzitten of lichtrijden.  Het halsstrekken is in alle klassen t/m de klasse Z2 opgenomen. In de nieuwe dressuurproeven wordt verzameling niet meer in de klasse M, maar vanaf de klasse Z1 gevraagd.

Alle proeven  t/m de klasse ZZ-Licht beginnen  met het binnenkomen over de AC-lijn, dus ook in het Z1 en Z2. Aan het begin van de proef wordt in de klasse Z geen halthouden en groeten meer gevraagd, na afloop van de proef wel. Nieuw in de klasse Z2 is het überstreichen in verzamelde galop. De Z2-proeven voor pony’s valt buiten deze wijzigingen, dit zijn FEI-proeven. Nieuw in de klasse ZZ-Zwaar is dat er per proef twee series worden gevraagd met variabel aantal galopsprongen tussen de wissels. . In de eerste serie worden (op de diagonaal) drie galopwisselingen om de 4 tot 6 galopsprongen gevraagd en in de tweede serie (op de diagonaal) drie galopwisselingen om de 3 tot 5 galopsprongen. Gelet wordt op de kwaliteit van de wissels.

Instructrice bij de  club is Liesbeth Scheper, velen van jullie wel bekend. Zij is tevens jurylid tot en met  de Klasse M2 . Nav het verschijnen van de nieuwe proeven is zij op een nascholing geweest. Wij hebben haar gevraagd waar de jury met name op zal gaan letten en of daarin iets  veranderd is.

 

Reactie Liesbeth: “  Wat we mee gekregen hebben op de bijscholing is, dat we soepel moeten zijn bij de beoordeling van de BB ruiters. Als deze verbinding houden met de mond van de pony of paard en verder een nette proef rijden gaan we naar de winstpunt, er wordt ook meer naar de ruiter dan naar het paard, pony gekeken. Mocht het zo zijn dat de het dier al door de nek loopt, afgebogen dan  gaan we hoger in de punten zitten.

 

Verder is het  belangrijk dat je al vanaf de B probeert je paard, pony mooi voor je te houden, dat wil zeggen dat ze in de hals al wat opwaarts gebogen zijn.

 

In de L 1 wordt er al enige geslotenheid verwacht. Dit is een lastig onderdeel, dat betekent ook dat ze niet op je hand mogen leunen. Ook hierbij weer de hals opwaarts gebogen.

 

Het is heel belangrijk, of je nou BB, B, L1, L2 ,of M1 of M2 rijdt, overal geldt dezelfde regel:

Harmonie en Ontspanning.  Als je probeert een nette strakke proef te rijden heb je al een hoop gewonnen. Als dit in de zelfde takt en regelmaat gebeurt is het plezierig om naar te kijken .

 

Rest mij jullie een sportieve zomer toe te wensen met veel mooie punten.

Het zal even wennen zijn voor zowel organisatie jury en deelnemers, maar dat went wel.”